Geschiedenis

Geschiedenis

KLJ ontstond in 1927. Toen vonden de Boerenbond en de Boerinnenbond het nodig dat er naast de volwassenwerking voor land- en tuinbouwers ook een werking voor jonge boeren en boerinnen moest komen en zo werd de BJB (Boerenjeugdbond) geboren. De BJB-werking had de totale ontplooiing van land- en tuinbouwjongeren tot doel.
In 1937 werden de Landelijke Rijverenigingen (LRV) opgericht. Zij groepeerden BJB'ers te paard en boden hun een unieke ontspanningsvorm aan. De LRV zijn sinds 1992 een autonome ruitersportveriniging
Na de Tweede Wereldoorlog kwam nadruk meer op ontspanning te liggen. Zo kwam onder andere de sportfeestwerking met vendelen en wimpelen tot stand. Geleidelijk aan kwam er ook internationele belangstelling. Die leidde in 1954 tot de oprichting van Mijarc (=Mouvement International de la Jeunesse Agricole et Rurale Catholique) die nationale bewegingen van plattelandsjongeren verenigde.

In 1965 krijgt BJB een nieuwe naam: KLJ (=Katholieke Landelijke Jeugd). Deze naamsverandering was het gevolg van een sterke daling. Door de sterke daling van het aantal land- en tuinbouwers ging de BJB zich meer en meer richten naar alle jongeren van het dorp. Samen met deze ledenuitbreiding kreeg de BJB in 1965 een nieuwe naam, namelijk Katholieke Landelijke Jeugd (KLJ). Waar vroeger de jongens en meisjes een aparte werking kenden, ontstaan er voor het eerst gemengde groepen. De land- en tuinbouwjongeren blijven een belangrijke groep voor KLJ. Er wordt voor hen zelfs een aparte werking opgericht; de KLJ-Groene Kring. Jonge boer(inn)en en tuinders (tuiniersters) werden gewestelijk samengebracht om aan vorming en belangenverdediging te doen. BJB en KLJ werken van in den beginne met +16 jarigen als belangrijkste doelgroep. De -16 was een soort aanloop naar de +16. In de jaren '80 hadden al enkele afdelingen leden jonger dan 12 jaar. Deze leden waren niet erkend door KLJ, waren niet verzekerd en hadden geen tijdschrift. Op de Nationale Raad in 1994 werd het bestaan van deze leeftijdsgroep in KLJ erkend. Vanaf toen waren ook zij KLJ'ers en kregen zij een eigen tijdschrift "Komma". Bovendien werd er voortaan aandacht besteed aan de -12-werking in de tijdschriften en op vormingsinitiatieven.